Sint Bernard

  • 54 - 63 kg
  • 66 - 71 cm
  • CH
post.title
De Sint Bernard, een grote lieve reus die veel harten doet smelten. Iedereen kent de afbeelding wel van een Sint Bernard hond met een vaatje om zijn nek, hij staat symbool als reddingshond. Een hond die leeft in de Alpen en wandelaars die in nood zitten te hulp schiet. Hier ligt zijn oorsprong, maar tegenwoordig wordt de Sint Bernard nog weinig ingezet als reddingshond, maar is hij vooral een gezinshond.
Voor de geschiedenis van de Sint Bernard moeten we terug naar de elfde eeuw. Monnik Bernard de Menthon stichtte een hospice op de Sint Bernard Pass in Zwitserland voor reizigers en pelgrims. De pas is maar liefst 2469 meter hoog en het hospice diende als toevluchtsoord. Vanaf de zeventiende eeuw werden er op het hospice grote mastiff-achtige berghonden gehouden door de monniken. Deze honden werden ingezet om de monniken en hun gasten te beschermen. Naar alle waarschijnlijkheid werden ze gebruikt om monniken te begeleiden tijdens hun zoektocht naar reizigers die in een sneeuwstorm geraakt waren. De honden leken aan te voelen wanneer er een lawine dreigde en zo boden ze extra bescherming tegen de monniken. De band tussen de honden en de monniken werd steeds sterker, waardoor de honden de reddingstechnieken van de monniken overnamen. Zo konden de honden er zelfstandig op uitgestuurd worden om verdwaalde of gewonde reizigers te zoeken. De honden werden er in groepjes van twee of drie er op uitgestuurd. Eén hond probeerde dan een reiziger uit de sneeuw te graven, een andere hond hield de reiziger warm en de derde hond ging vervolgens de monniken waarschuwen. De honden hebben op deze manier veel mensen weten te redden op de Sint Bernard Pass.
De oorspronkelijke Sint Bernard heeft een korte vacht. Vanaf 1830 zijn monniken de Sint Bernard gaan kruisen met andere rassen, zoals de Newfoundlander en de Leonberger. Men dacht dat een langere vacht de hond beter zou beschermen tegen de kou, aangezien de kou en de sneeuw soms ook het leven van de honden kostten. Echter zorgde de langere vacht ervoor dat ijs zich er makkelijk aan ging kleven, waardoor het reddingswerk te zwaar werd. De langharige pups werden gegeven aan de boeren in het dal, zij fokten verder met de langharige Sint Bernard. In 1855 werd de eerste Sint Bernard gefokt buiten het hospice. Toen werd er ook een stamboom aangemaakt voor het ras. Sindsdien is de populariteit van het ras enorm gegroeid.
De Sint Bernard is een forse hond. De schofthoogte van teven is minimaal 65 centimeter en voor reuen dient het minimaal 70 centimeter te zijn. Een Sint Bernard is al gauw minstens 60 kilo en kunnen soms zelfs wel 100 kilo worden. De Sint Bernard komt voor in twee uitvoeringen, de langharige en kortharige. De langharige Sint Bernard heeft een middellange vacht die glad of licht gegolfd is. De kortharige Sint Bernard heeft een dichte, korte, gladde beharing. De langharige Sint Bernard wordt meer in het straatbeeld gezien dan de kortharige variant. De kleur van het ras is rood met wit, of rood met wit, of wit met gestroomde platen. Volgens de rasstandaard moet de Sint Bernard witte poten, een witte borst, een witte staartpunt, een witte bles en een witte vlek in de nek of kraag hebben.
Voor de vacht van de Sint Bernard is dagelijks een borstelbeurt nodig. Hiermee wordt het losse haar verwijderd. De langharige Sint Bernard kan soms klitten krijgen. Controleer hiervoor vooral achter de oren, bij de poten en in de staart. De Sint Bernard verhaart twee keer per jaar. Zorg ervoor dat de oren schoon blijven. De ene Sint Bernard heeft wat meer hangende oogleden dan de andere. Bij hangende oogleden is het belangrijk om regelmatig de ogen na te kijken.
Ondanks de grootte van de hond, is de Sint Bernard niet per se een hond die dagelijks heel veel beweging nodig heeft. Een gemiddelde lichaamsbeweging is in de meeste gevallen voldoende. Dit houdt in driemaal daags een blokje om met daarnaast geregeld langere wandelingen waarbij de hond onaangelijnd kan rennen. Bij pups is het belangrijk om de beweging rustig op te bouwen om te voorkomen dat de botten overbelast raken. Hier kunnen ze op latere leeftijd last van krijgen.
Ondanks zijn ietwat droevige uitdrukking is de Sint Bernard een goedgehumeurde, zachtaardige hond. Het is een vriendelijk, evenwichtig ras dat over het algemeen lief is voor kinderen. De Sint Bernard is trouw aan zijn baas en voorzichtig. Als het nodig is zal hij zijn baas verdedigen. Naast kinderen kunnen de meeste Sint Bernards ook goed optrekken met andere honden en huisdieren. Socialisatie is bij ieder ras belangrijk, dus ook bij de Sint Bernard. Laat ze al vroeg in aanmerking komen met allerlei prikkels, des te gemakkelijker ze daar in de volwassenheid mee omgaan. Als er kinderen in het gezin zijn, leer de hond en kinderen dan al snel aan dat het stoeien niet te wild gaat. De hond zal al snel uitgroeien tot een behoorlijke hond die zwaarder is dan kinderen. Dan zal het geen leuk stoeien meer zijn. Leer de hond al vroeg dat hij niet mag springen.
Wanneer de Sint Bernard nog jong is, is het ook belangrijk om hem al snel te leren dat hij niet mag trekken aan de lijn. Als een puppy trekt aan de lijn is het misschien nog niet zo hinderlijk, maar na een aantal maanden wordt het toch al een behoorlijke sterke hond die de baas zo omver kan trekken. De Sint Bernard heeft een consequente baas nodig die hem met een zachte hand opvoed. Ze zijn gevoelig voor verheffingen en deze zijn zeker niet nodig. Het ras staat bekend om zijn gevoeligheid. Als iemand zich verdrietig voelt, zal de Sint Bernard hier waarschijnlijk snel op reageren.
De Sint Bernard wil graag werken voor de baas, maar ze kunnen ook wel eens koppig zijn en ze zijn niet altijd om te kopen met lekkere beloningen. Het is daarom nodig om stevig in de schoenen te staan en geduld te hebben. Met veel liefde en aandacht komt men een heel eind en uiteindelijk springt de Sint Bernard in het vuur voor zijn baas en gezin.

© 2020 Honden.be Alle rechten voorbehouden.