Peking­ees

  • 3.1 - 5.9 kg
  • 15 - 23 cm
  • China

De Pekingees (ook wel Pekinees) is een klein hondje met een groot ego dat hij dankzij zijn afkomst als trouwe metgezel aan het keizerlijke Chinese hof heeft op gedaan. Toch is het ras over het algemeen zeer aanhankelijk en minzaam. Hoewel de Pekingees liever de voorkeur geeft aan volwassenen, kan hij ook met oudere kinderen prima samen. Dat wil zeggen, mits zijn waardigheid gerespecteerd wordt. Een Pekingees is immers niet zomaar een hond, maar een ware majesteit op zich.

Doel

Schoothondje

Ontstaan

8th Century

Voorouders

Unknown

Geschiedenis

Zoals de naam wellicht al doet vermoeden stamt de Pekingees uit China. Hoe het ras precies tot stand is gekomen zal waarschijnlijk altijd één van de mysteries der natuur blijven. Al is één ding zeker: dit kleine hondje is zeker niet ontstaan uit de kruising tussen een leeuw en een Marmoset (aap) zoals een bepaalde legende ons wil doen geloven.

Afbeeldingen van honden met Pekingees-achtige kenmerken zoals een groot hoofd, leeuwachtige manen, korte benen en een gevederde staart doken voor het eerst op in de Tang-dynastie om en nabij de jaren 618 tot 907. Dit soort honden stonden bekend onder meerdere namen zoals leeuwenhond, zonnehond (individuen met een roodgoud-kleurige vacht) en mouwhond (omwille het feit dat ze zo klein waren en graag in de mouw van hun eigenaar kropen).
De honden waren bovendien lang niet voor iedereen bestemd. In dit tijdperk mochten slechts enkel en alleen keizerlijke families deze kleine viervoeters houden. Een ieder die ook maar het erop waagde om een dergelijke hond te stelen om wat voor reden dan ook, moest dit zelfs bekopen met de dood.

In de westerse wereld kwam de Pekingees voor het eerst pas echt onder de aandacht in 1860, toen vijf van hen door Britse officieren werden buitgemaakt bij een ruzie tussen Groot-Brittannië en China. Eén van deze vijf honden kreeg koningin Victoria. Zij gaf hem de naam Looty, waarmee de Pekingees vrijwel in één klap tot de beroemdste honden behoorde.

Enkele jaren later rond 1890 vonden steeds meer honden van dit ras hun weg naar landen in het westen. Sommige doordat ze heimelijk uit keizerlijke huishoudens werden gesmokkeld, terwijl anderen juist werden gedaan aan hooggeplaatste westerlingen. Zo ook het hondje Pekin Peter, die in 1893 vanuit China naar Engeland werd geïmporteerd en het jaar daaropvolgend werd tentoongesteld op een hondenshow in Chester. Het is dan ook mede dankzij deze Pekin Peter dat de Pekingees pas echt in trek raakte bij het grote publiek. Tot op heden worden Pekingezen dan ook niet alleen gebruikt als huisdier, maar ook als waar showdier.

Uiterlijk

De Pekingees is een kleine, maar karaktervolle hond met een plat aangezicht, lange vacht met manen en die meent dat hij een pak groter is dan hij daadwerkelijk is. En zeg nu zelf: met een lengte van zo’n 15-23 centimeter en een gewicht van tussen de 3,2 en 6,4 kilogram mag je ook wel voor jezelf opkomen. Daarom is eigenwaarde dan ook een woord dat hoog bovenaan staat bij deze viervoeter. Wat van hem is, moet dan ook met grote precisie bewaakt worden. Hoewel je het dus misschien niet zou verwachten is de Pekingees dan ook een uitstekende waakhond die zijn plekje goed zal bewaken. En of dat plekje nu een simpel rijtjeshuis, appartement of een heus kasteel is, dat maakt hem weinig uit.

Verzorging

De Pekingees heeft een lange, dubbele vacht met dikke manen in de nek en schouders en franjes op de oren, staart, tenen en benen. Toch is de verzorging van dit ras minder moeizaam als het lijkt. Afhankelijk van de hond dient de vacht dagelijks, om de dag of slechts eenmaal per week te worden geborsteld. Om makkelijker met de borstel of kam door zijn volle vacht te komen besproei je deze het best met water of een speciale hondenconditioner/anti-klitspray.

Ook een trimbeurt kan meehelpen om de verzorging van de Pekingees te vergemakkelijken. Een trimmer kan bijvoorbeeld de haren bij de tenen en poten korter knippen zodat vuil en stof minder blijven kleven, maar je kunt er ook voor kiezen om een zogenaamde “leeuwenvacht” te laten knippen, waarbij de manen en een plukje op de staart lang gelaten worden en de rest van het lichaam glad wordt getrimd.

Daarnaast is het van belang de oren van de Pekingees goed schoon en droog te houden en de nagels op de juiste lengte te houden. Omdat de Pekingees toebehoort tot de zogenoemde “speelgoedrassen” en ze veel tanden in een relatief kleine kaak hebben, zijn deze meer vatbaar voor parodontitis. Een goede mondhygiëne in de vorm van een dagelijkse tandenpoetsbeurt met speciale hondentandpasta is daarom dan ook van extra belang.

Vanwege hun gedrongen snuit en platte gezicht krijgen sommige Pekingezen te maken met het Brachycefalic airway syndroom, wat een bemoeilijkte ademhaling teweeg brengt. Andere bekende aandoeningen zijn: oogziekten zoals droge ogen, glaucoom en progressieve retinale atrofie en patella luxatie waarbij de knieschijf uit positie schuift.

Omdat niet al deze aandoeningen al vanaf jongs af aan detecteerbaar zijn, is het belangrijk dat je voor een gerenommeerde fokker kiest die zich inzet voor het kweken zo gezond mogelijke dieren. Deze fokkers moeten in staat zijn om onafhankelijke documenten en certificaten te kunnen tonen die aantonen dat zowel de ouders als de grootouders en andere bloedverwanten zijn gescreend op ziektes en aandoeningen. Kan de fokker dit niet, dan bestaat er geen enkele garantie en is het niet aan te bevelen om hier een hond te kopen.

Karakter

Ondanks zijn behoorlijke ego heeft het ras geen gebrek aan humor. Integendeel , de Pekingees kan serieus de clown uithangen. Dit maakt de Pekingees dan ook een zeer gewaardeerde familiehond, al is hij misschien niet per direct de juiste keuze voor een gezin met jonge kinderen. Vanwege zijn kleine, fragiele bouw raakt dit soort honden al snel gewond wanneer het spel te grof is. Daarnaast bestaat er een kans dat de hond de kinderen kan verwonden wanneer hij zich in het nauw gedreven voelt of bang is. Zijn de kinderen oud genoeg om te begrijpen hoe ze om moeten gaan met deze, toch wel nobele, viervoeter, dan kan is hij een geweldige toevoeging voor het gezin.

Kortom, wanneer je het dus niet erg vindt om samen met een hond te leven die je huishouden zal voeren als een hiërarchie, waarbij hij zichzelf voorop stelt, dan is de Pekingees een ideaal ras. Bovendien is hij aanhankelijk naar zijn familie of verzorgers, maar toch ook onafhankelijk genoeg zodat hij niet constant aandacht benodigd. Zijn ietwat aparte karakter steekt ook tegenover vreemden de kop op. Tegenover hen zal zijn houding variëren van sterk afstandelijk en koel, tot juist aanhankelijk en minzaam (afhankelijk van het individu).

Zoals een hond van keizerlijke afkomst betaamt, kan de Pekingees zeer koppig zijn en zijn eigen zin door drijven. Het is dan misschien wel een ras met het formaat van een speelgoedhond, maar deze honden zijn onafhankelijk en hun keizerlijke karakter steken ze zeker niet weg onder stoelen of banken.

Vreemden zal de Pekingees vrijwel altijd toelaten. Afhankelijk van hoe de hond over hen denkt zal hij ze een afstandelijk tot minzaam welkomst geven. Ook met katten is het niet de moeilijkste hond. Sterker nog: tegenover hen zijn Pekingezen beleefd en ze herkennen hen als mede royals. Of de Pekingees samen kan met andere honden, ligt aan hoe de andere hond op hem reageert. Erkent de andere hond een meerdere in hem en toont hij respect tegenover de Pekingees, dan zal er geen probleem zijn. Zet je een Pekingees samen met een bazige hond, die niet naar zin is van de keizerlijke viervoeter, dan bestaat er een grote kans dat de Pekingees hem niet zal tolereren.

Anders dan men misschien doet denken vereist de huisvesting van een Pekingees weinig rariteiten. Het ras past zich eenvoudig aan in vrijwel ieder huis. Of dit nu een flat, appartement, woonhuis of zelfs villa is, is hem eender. Je hoeft dus ook niet bang te zijn dat je naar een kasteel moet verhuizen als je een Pekingees wil huisvesten. Het enige wat hij wél graag van je verlangt is een comfortabel plekje van waaruit hij zijn gezin en wereld goed kan observeren en een dagelijkse wandeling. In zijn korte pootjes zit meer kracht en uithoudingsvermogen dan je denkt, dus een blok om kan geen enkel kwaad. Je hoeft hem daarom ook echt niet telkens te dragen of te behandelen als een stuk kwetsbaar porselein.

De Pekingees is niet het makkelijkste hondensoort om te trainen. Ze kunnen behoorlijk koppig zijn en voelen er ook weinig voor om bepaalde regels te moeten volgen. Waar ze vooral heel goed in zijn is het doordrijven van hun eigen willetje. Toch zijn er individuen die met groot succes concurreren in behendigheidsproeven, rally en gehoorzaamheid. Echter behoeft de training van een Pekingees een behoorlijke portie standvastigheid, die gepaard gaat met vriendelijkheid. Positieve versterking in de vorm van lof en voedselbeloning hebben, net als bij de meeste rassen, een gunstige uitwerking. Probeer de Pekingees te overtuigen dat training iets leuks is dat hij graag wil doen en je zal versteld staan van zijn bereidheid en capaciteiten.

Ontdek welk hondenras het best bij jou past

Beantwoord enkele vragen en wij zoeken op welk ras het best past bij jou persoonlijkheid en levensstijl!

© 2020 Honden.be Alle rechten voorbehouden.