Engelse Cocker spaniel

  • 12 - 14 kg
  • 38 - 41 cm
  • GB
post.title
Hondenrassen zijn er genoeg, en op zoek gaan naar de beste metgezel voor thuis is een hele opdracht. Toch springen bepaalde rassen ongetwijfeld boven de andere uit, en de Engelse Cocker Spaniël is daar één van. Deze hond is haast altijd goed gehumeurd, niet al te groot en houdt ervan samen te werken men zijn baasje tijdens activiteiten. De Cocker Spaniël is van origine een jachthond, en dat wordt meteen duidelijk uit zijn karakter. Wat meer informatie over deze hond en wat je er allemaal van kan verwachten, is hier wel op zijn plaats.
Van oorsprong is de hond Engels (zoals de naam al doet vermoeden), en hij wordt tot de FCI-rasgroep 8 gerekend (waartoe ook Spaniels, Waterhonden en Retrievers behoren). De hond wordt tot 14 jaar oud en heeft een schofthoogte van wel 40 centimeter. Veel voorkomende ziektes bij de Cocker Spaniël zijn nierfalen, epilepsie, heupdysplasie en oogproblemen, maar deze kunnen grotendeels vermeden wordt als er veel aandacht wordt besteedt aan de gezondheid en verzorging van de hond.
Nog voor de elfde eeuw na Christus werden kleine honden, die als jachthonden zouden gaan dienen, steeds populairder. Ze werden gebruikt om wild op te jagen, waarna jachtvalken werden ingezet om de dieren te verschalken. De vogelhonden die toen in gebruik waren, waren waarschijnlijk de voorloper van de huidige Spaniël-rassen. Waar deze hond precies vandaan komt is echter niet gekend. Vaak wordt gezegd dat ze van oorsprong Spaans zijn, en dat hun naam daar dan ook van is afgeleid. Spaniël zou immers een verbastering zijn van Spioen, Spanjoel, Spaniël, en tenslotte Espanol.
In de geschiedenis vonden regelmatig regionale selecties plaats, met als gevolg het ontstaan van de verschillende Spaniëlrassen. Vroeger werkten de honden samen met de jager, die het wild met netten of roofvogels opjaagde. De honden speurden deze dieren op en gingen ervoor liggen. Op die manier konden de jagers het net over zowel de hond als de vogel heen trekken. Het woord ‘leghond’ is hier trouwens ook van afgeleid.
Zodra het jachtgeweer werd uitgevonden en in gebruik raakte tijdens de jacht op wild, hadden de honden echter een andere taak. Ze moesten het geschoten wild zoeken en apporteren, zodra het was geraakt. De voorloper van de Engelse Cocker Spaniël werd vroeger gebruikt om te jagen op houtsnip en fazantenhaan – respectievelijk Woodcock en cockpheasant in het Engels. Dergelijke vogels verstopten zich vooral in dichte struiken, en het gebruik van een kleine hond die overal tussen kon was dan ook een voordeel. De Engelse Cocker, die voor het allereerst in het jaar 1803 werd gebruikt, dankt zijn naam aan deze activiteit.
Het ras was in die tijd allesbehalve uniform. Er bestond niet zoveel duidelijkheid over het uiterlijk van de hond, aangezien er zoveel verschillende varianten waren. De Cocker had volgens de maatstaven van die tijd echter een gewicht van maximaal 11,5 kilogram. Als hij zwaarder was, beschouwde men het dier als een Field Spaniël. Dit veranderde echter toen de Kennel Club in het jaar 1892 beide honden erkende als een apart ras. Het lichaamsgewicht bepaalde dus niet langer of het ging om een Field Spaniël of een Cocker Spaniël.
Het uitzicht van de hond was daarbij nogal verschillende in vergelijking met de hedendaagse variëteiten. Vroeger had een Cocker Spaniël een platter hoofd, kortere oortjes en een puntige snuit. Ook de bouw was iets grover en zwaarder. Tegenwoordig zijn er soms nog honden te vinden die in zekere zin lijken op hun voorouders, maar de meeste ogen nu veel eleganter en fijner. Dat komt waarschijnlijk omdat ze niet meer gebruikt worden om te werken, maar doorheen de jaren begonnen te dienen als show- en huishond.
Het resultaat was dat de Cocker Spaniël razend populair werd, vooral de roodkleurige variant. In de jaren 70 bereikte de bekendheid van de hond een hoogtepunt, maar de Cocker kwam al snel in de problemen. Een aantal voorvallen, waarbij een Cocker hond agressief gedrag begon te vertonen, zorgde ervoor dat her dier plots minder gewild was. Dit kwam vooral voor bij eenkleurige Cocker Spaniels, en het gedrag was zo opvallend dat er zelfs een syndroom naar vernoemd werd: het Rode Cocker Syndroom. De agressieve neigingen zijn in de hedendaagse honden echter zo goed als verdwenen, en dat maakt de hond dan ook weer veel populairder dan voorheen.
De Cocker Spaniel is echter niet meteen een hond voor mensen die niet al te veel werk willen hebben aan de verzorging van hun huisdier. Het dier heeft meestal immers een iets langere vacht, die dan ook regelmatig gekamd en schoongemaakt moet worden. Anders gaat het aan elkaar klitten. Regelmatig doorborstelen is de beste manier om dit te vermijden, vooral bij de oorflappen en de oren zelf. Ook de oksels, liezen en de bovenkant van de pootjes zijn plaatsen waar haar snel samen gaat klitten, en deze lichaamsdelen dienen dan ook bij elke beurt verzorgd te worden. Als de vacht van de hond verwaarloosd wordt, dan kunnen er immers huidontstekingen ontstaan doordat het haar gaat vervilten.
De vachtdikte speelt een grote rol bij de regelmaat waarmee de vacht verzorgd moet worden. Om de Cocker Spaniël in goede conditie te houden moet deze minstens twee keer – en het best zes keer – per jaar getrimd worden. Hierbij is het belangrijk dat het haar de ooringang niet afdekt, en dat ook het haar in de binnenzijde van het oor kort wordt geknipt. Daarbij moeten de oortjes zelf ook proper gehouden worden.
De voetzolen van de Cocker zijn plaatsen waar haar erg snel groeit, en het is dan ook aangeraden om dit regelmatig te knippen. Daarbij moeten ook de onderlip en huidplooien onderhouden worden, bijvoorbeeld met een niet al te agressief ontsmettingsmiddel. Speeksel en voedselresten zijn dol op de huisplooitjes die deze hond zo typerend maken, en het is dan ook belangrijk deze te verzorgen. Zo niet kunnen er zich bacteriën in de huid gaan nestelen, met als gevolg ontstekingen in de lipplooi.
De Cocker Spaniel is over het algemeen erg zacht en aanhankelijk. Dat wil echter niet zeggen dat ze afhankelijk zijn. Eenkleurige variëteiten zijn doorgaans iets pittiger en feller dan de bontgekleurde honden. Hier en daar zit er ook wel eens een dominant dier tussen, dat zelfs tegen het gezag van zijn baasje zou durven ingaan. Dit is vooral het geval bij de mannetjes, aangezien die sowieso iets agressiever zijn van karakter.
Het humeur van een Cocker Spaniël is iets waar je je over het algemeen geen zorgen over hoeft te maken. De altijd kwispelende staart is daar het bewijs van. Zo begroet hij zijn baasje altijd als deze thuiskomt, als is hij slechts 5 minuutjes naar buiten geweest. De Cocker is dan misschien ook niet meteen het beste huisdier voor mensen die thuis werken.
Als de hond goed is opgevoed onder normale sociale omstandigheden, dan komt deze overeen met zowel volwassenen als kinderen. Vaak gaat de Cocker Spaniël vreemde voorbijgangers proberen wegjagen met geblaf, maar deze worden wel aangenaam begroet eenmaal ze binnenkomen. Af en toe gebeurt het dat de hond iets gereserveerder is, maar dat zijn uitzonderingen.
Het voordeel van een Cocker Spaniël is dat het een kleine hond is, waardoor men hem zowat overal mee naartoe kan nemen. Hij heeft genoeg aan een kleine behuizing, en ermee rondlopen in de stad is heel aangenaam. Het gaat wel om een energieke hond die veel beweging nodig heeft, en hij kan dan ook urenlang rennen of wandelen. De reukzin van de Cocker Spaniël is erg goed ontwikkeld en hij heeft zijn neus altijd tegen de grond om geursporen op te pikken.
Urenlang uitrusten is voor dit dier geen optie: zodra de kans zich voordoet, springt het beestje recht en zoekt meteen de actie op. Natuurlijk houdt hij er ook van om, net zoals alle andere hondenrassen, zich dicht tegen je aan te nestelen en zich te laten kriebelen.

© 2020 Honden.be Alle rechten voorbehouden.