Teckel

  • 5.0 - 14 kg
  • 20 - 23 cm
  • DE
post.title
De Dashond, of Teckel, heeft de reputatie erg moeilijk te zijn in de omgang – maar niets is minder waar. Als een Dashond effectief onhandelbaar is, dan heeft dit waarschijnlijk meer te maken met de eigenaar dan met de hond zelf. Het is dan wel niet de meest eenvoudige hond om te trainen, met een Teckel ben je zeker van een sterk karakter in een klein lichaampje. Wat meer informatie over de Dashond is hier wel op zijn plaats.
De Dashond is van oorsprong Duits en behoort dus tot de jachthonden, FCI-rasgroep 4. Hij kan tot wel 15 jaar oud worden, en heeft een schofthoogte van 17 tot 25 centimeter, afhankelijk van de soort. Belangrijk om te weten is dat HNP, of hernia nucleus pulposus, een verlammingsziekte, vaak bij de hond voorkomt. Ook hebben deze honden vaak problemen met het gebit en lijden ze soms aan epilepsie. De dashond is waaks en houdt van opsporingswerk, met als bijeffect dat ze soms agressief zijn tegenover andere honden – en vooral katten.
De Dashond werd pas in het midden van de negentiende eeuw gebruikt als gezelschapshond, toen koningin Victoria in het jaar 1839 een Teckel meebracht naar Engeland. Later adopteerde ze als het ware een hele meute Teckels. Het spreekt dan ook voor zich dat de allereerste Teckelclub in Engeland werd opgericht, in 1881. De Dashond kwam zo’n tien jaar eerder trouwens ook in Canada en Amerika terecht, waar hij initieel voor de jacht werd ingezet. Later beschouwde men de Dashond eveneens als gezelschapshond.
De rasvereniging werd in 1888 opgericht in Duitsland, en sindsdien werd de Teckel alleen maar populairder in Europa. Ook in België en Nederland namen steeds meer gezinnen een Teckel – en de ruwharige Dashond was ongetwijfeld de meest populaire.
De Teckel werd, zoals vermeld, vroeger vooral gebruikt voor de jack op klein wild zoals vossen en – je raadt het al – dassen. De das is tegenwoordig echter een beschermde diersoort, waardoor deze sport niet meer wordt uitgeoefend. Niettemin worden Teckels nog steeds gebruikt om te jagen. Hun formaat en passie voor de jacht zorgt ervoor dat ze wild heel goed kunnen opsporen eenmaal deze aangeschoten zijn. In Duitsland worden Teckels ook ingezet in de jacht op groot wild, zoals herten en everzwijnen, of andere dieren zoals fazanten en konijnen.
Het opvallende uiterlijk van de Dashond heeft eveneens een interessante geschiedenis. In Europa ontstond in de Middeleeuwen een hond met te korte poten, te wijten aan chondrodystrofie, een erfelijke ziekte. Hoewel dit initieel als een nadeel leek te zijn voor de overleving van de hond, bleek later dat er ook voordelen aan verbonden waren. Zo zorgden de korte poten ervoor dat de Dashond sneller een beter kon zoeken naar vossen en dassen. In Duitsland was de zogenaamde jacht onder het geweer erg populair, en kleine honden waren daar perfect voor geschikt. De Teckel was dan ook erg gewild, méér nog dan grotere honden die eerder lange afstanden aflegden.
In het jaar 1719 al werden beschrijvingen gemaakt van een hond die heel erg leek op de Dashond. Waarschijnlijk ging het in dat geval om een voorvader van de Teckel die we vandaag allemaal kennen. Niettemin bestaat er onduidelijkheid over de echte afkomst van de hond, aangezien hij overeenkomsten heeft met verschillende andere Duitse hondenrassen, zoals de Westfaalse Brak, de Tiroler Brak en de Hannoveraanse Scheiszhund. De Teckel is echter wel heel wat lichter en kleiner, en dat zou dan weer te danken kunnen zijn aan de kruising met Pinschers. Het doel hiervan was waarschijnlijk om een jachthond te verkrijgen die niet te groot was.
Er zijn daarbij drie vechttypes en hier meer over weten is niet onbelangrijk als je de vacht van de hond zelf wil verzorgen. Zo zijn er kortharige, langharige en ruwharige Teckels. Zelfs het karakter van de hond is daar in zekere mate aan gerelateerd. Een langharige Dashond zal over het algemeen veel rustiger en zachter zijn, terwijl kortharige honden dan weer werklustig zijn. De ruwharige Teckel is tenslotte erg hard van karakter en moeilijk om te trainen.
Naast het feit dat het karakter en vechttype elkaar beïnvloeden, is het ook belangrijk te weten hoe je de vacht van de hond moet verzorgen. Bij kortharige Teckels zal dit doorgaans eenvoudiger zijn, terwijl je bij langharigen en ruwharige honden een stevige borstel en wat meer tijd zal nodig hebben. Bij langharigen kunnen er immers zogenaamde klitten ontstaan in de vacht, die alles doen samenklitten en het naderhand erg moeilijk maken om het haar te kammen. De ruwharige hond moet slechts twee keer per jaar getrimd worden.
Naast de vacht is het natuurlijk ook belangrijk het gebit van de hond te verzorgen. Zoals vermeld hebben Teckels vaak gebitsproblemen, die grotendeels voorkomen kunnen worden met kauwmateriaal. Op die manier reinigt en verstevigt de hond zijn eigen tanden. Ook is het een goed idee om de tanden te poetsen en als afwerking de nagels van de poten te knippen. Deze raken de grond vaak niet en slijten dus niet automatisch af.
Teckels zijn levenslustige, blije honden die ervan houden verwend te worden en graag op de schoot liggen – ook al zijn het geen schoothonden. De Dashond is immers ook altijd klaar om op pad te gaan, tenzij het heel hard regent. Je kan er gemakkelijk een lange tijd mee wandelen, en hij houdt daarbij van oneffen, ruig terrein. Grote gaten in de grond en struiken zijn een paradijs voor de Teckel, met slechts één gevaar: als je de hond niet in het oog houdt, volgt hij het beurspoort van een ander dier voor je het weet, waarschijnlijk te wijten aan zijn primitieve jachtinstinct. Het grootste risico? De hond kan in het hol van een konijn terechtkomen en er moeilijk uit geraken.
Daarbij is de Teckel erg vriendelijk en afhankelijk van zijn eigenaar. Vaak gaan Dashonden goed met kinderen om, maar niet altijd. De hond laten wennen aan de kinderen is de beste manier om deze te trainen; het gaat immers om een hondenras dat zich niet zomaar laat doen en zelfs fel kan zijn. Hij is dan ook aangenamer en veiliger in de buurt van iets oudere kinderen. Bij vreemden is de Dashond echter iets wantrouwiger, of op zijn minst gereserveerd. Als je de woning beter wil beschermen tegen inbrekers, dan is de Teckel echter perfect: nog beter dan een high-tech alarminstallatie is de hond opmerkzaam en maakt hij direct veel lawaai als iemand te dicht komt.
Vaak wordt de Teckel een beetje uitgelachen omwille van zijn grappige uiterlijk. Een worst op poten, zegt men wel eens. De Teckel is echter een hond met een gezonde dosis intelligentie, doorzettingsvermogen en moed. Dat is dan ook waarom de Teckel vroeger vooral gebruikt werd voor de jacht; een vos uit zijn hol jagen vereist heel wat lef, maar ook fysieke kracht. Het karakter van de hond vandaag de dag is dus gewoon een overblijfsel van de vroegere activiteiten die ermee werden uitgevoerd. De hond is dan soms wel erg zelfstandig en vaak zelfs eigenwijs tegenover zijn eigenaar, voor de hondenliefhebber zal dit waarschijnlijk eerder positief zijn dan negatief.

© 2020 Honden.be Alle rechten voorbehouden.