Bekijk andere berichten

Gehoorzaamheid

post.title
Het gaat bij gehoorzaamheid om de discipline van je hond. Je leert je hond te laten zitten, liggen en bij je te komen op commando en het is daarnaast ook leuk om je hond verschillende oefeningen aan te leren, wat erg van pas kan komen in het dagelijkse leven. Wil je meer uitdaging verzorgen voor jouw dier? Dan kun je altijd een stukje verder gaan in de gehoorzaamheid, waarbij je je hond vele verschillende oefeningen kunt laten uitvoeren.
Het uitgangspunt van de lessen is verkeerd gedrag voorkomen en goed gedrag belonen. Hiermee creëer je discipline en een hoge mate van gehoorzaamheid bij je hond en het is toepasbaar op elke soort hond. Daarnaast beleven baasje en hond veel plezier aan de cursus en kunnen op een natuurlijke manier een goede band ontwikkelen. Het is overigens veel fijner een enthousiaste, gehoorzame hond te hebben dan een hond met een handleiding waaraan jij en je omgeving zich moeten aanpassen.
Voor de meeste mensen zal het volstaan dat hun hond de basiscommando’s kent en gewoon een leuke huisgenoot vormt.  Ben je competitiever ingesteld? Dan kan je deelnemen aan gehoorzaamheidswedstrijden.
Na het volgen van de cursus is er de mogelijkheid een brevet te halen via een examen dat wordt toegezien door een keurmeester. De KKUSH (Koninklijke Kynologsche Unie St-Hubertus) is de organisatie die na een examen het officiële brevet uit reikt. Voor het verkrijgen van een brevet voor je hond moeten zowel je geleider als jij een lidmaatschap hebben bij een club die is aangesloten bij de KKUSH, anders kunnen jij en je hond niet deelnemen. Daarnaast kunnen enkel honden met een door de KKUSH erkende een officieel brevet krijgen. Het is belangrijk deze zaken te regelen voor je je inschrijft bij een cursus.
Om het brevet te halen, moet je hond minstens 50 procent van de punten halen op elke oefening en 70 procent van het totaal aantal te behalen punten. Er mogen maximaal 2 mislukte oefeningen één keer overgedaan worden, maar als deze herkansing dan wel lukt, wordt maar de helft van het totaal aantal punten gegeven.
Voor de brevetproef zul je ingedeeld worden in een groep van maximaal 6 honden, waarbij je dezelfde oefeningen moet afleggen als bij het debutantenprogramma van wedstrijden, alleen gelden er andere regels en is er geen sprake van een winnaar. In dezelfde volgorde zullen de oefeningen volgen aan de voet, terugsturen, blijven liggen, oproepen, houdingen, voorstellen van de hond en terugbrengen van een voorwerp worden uitgevoerd. De puntenverdeling is ook hetzelfde, alleen er gelden andere regels voor de uitvoering en puntentoekenning.

Wedstrijdprogramma’s

 

Verschillende soorten programma’s

Er zijn verschillende wedstrijdprogramma’s beschikbaar binnen de Gedrag en Gehoorzaamheid. Binnen deze programma’s zijn steeds overgangen te behalen tussen verschillende niveau’s die oplopen in moeilijkheidsgraad. Je begint bij het debutantenprogramma, waarna je kan doorstromen naar de GP 1, wat in moeilijkheidsgraad hoger is en keurmeesters zullen meer op de ingewikkeldheid van de oefeningen letten dan bij het DP. Vanuit de GP 1 is er nog de mogelijkheid door te stromen tot de GP 2, waar de moeilijkheidsgraad nog iets hoger ligt. Daarnaast is nog het veteranenprogramma en het programma voor andersvaliden, waarbij andere richtlijnen gelden.
De wedstrijden zullen onder alle weersomstandigheden gewoon doorgaan en bij minstens één proef zijn ook andere honden en/of mensen aanwezig. 2 verschillende oefeningen kunnen niet gecombineerd worden. Bij de wedstrijden wordt een klassement opgesteld. Wanneer er sprake is van een gedeelde plaats en deelnemers met een gelijke hoeveelheid punten eindigen, wordt er gekeken naar de rangschikking die vooraf is gemaakt door de keurmeesters. Als er door de organisator prijzen zijn geregeld, mag er bij een gelijk aantal punten een bijkomende oefening gevraagd worden om een winnaar te kiezen. De keurmeesters zullen de oefening beoordelen en voor de aanvraag van de wedstrijd zal aan de spelers bekend worden gemaakt om wat voor oefening dit zal gaan.

Overgangen tussen programma’s

Bij de overgang van het debutantenprogramma naar de GP 1 of van de GP 1 naar de GP 2 moeten geleiders verplicht het werkboekje laten controleren, waarbij een keurmeester dit zal bevestigen door zijn handtekening te zetten. Deze overgang wordt natuurlijk per hond beschouwd en er mogen geen resultaten van andere honden samengevoegd worden. Bij de overgang naar een hoger programma, worden alle behaalde resultaten behouden.

Algemene richtlijnen

Er zijn algemene richtlijnen opgesteld die voor alle programma’s hetzelfde zijn. Het gaat hierbij om regels die gelden tijdens het afnemen van een examen waarvoor punten in aftrek kunnen worden genomen. Voorbeelden van deze richtlijnen zijn pogingen tot het misleiden van de keurmeesters, langgerekte bevelen en belonen of het tonen van voedsel tijdens het verkrijgen van een brevet of gedurende wedstrijden. Ook zijn er regels omtrent de dikte van de halsband (minimaal acht millimeter) en de lengte van de leiband, die lang genoeg moet zijn, en daarnaast zijn er regels voor bevelen geven aan de honden. De geleider mag pas beginnen wanneer de aanwezige keurmeester een teken heeft gegeven. Opspringen tegen de geleider, oftewel fysiek contact, wordt voor de GP 1 en GP 2 tijdens alle oefeningen bestraft.

Debutantenprogramma

Het debutantenprogramma bestaat uit zeven oefeningen die in een vaste volgorde worden afgenomen bij de honden. In totaal zijn er 120 punten te behalen.

1. Volgen aan de voet

Door de keurmeesters wordt een weg aangewezen die de hond moet afleggen. Het baasje moet met zijn of haar hond de weg volgen op een niet te grote afstand van elkaar. Bij het kruisen met andere honden of mensen mag de hond geen schuw of agressief gedrag vertonen.
Binnen deze oefening zijn er 2 categorieën die voldaan moeten worden, namelijk aan de leiband en in vrijheid, waarbij voor ieder 15 punten te behalen zijn. Bij beide categorieën moet de hond “aan de voet” eindigen, wat als afsluiting van de proef.

2. Terugsturen

Samen met de hond moet de geleider plaatsnemen op een vastgestelde afstand van een andere plaats, waar samen naartoe gegaan wordt. De hond krijgt vervolgens een teken te gaan liggen. Daarna moet de hond teruggestuurd worden naar de eerste plaats, altijd na het teken van de aanwezige keurmeester, en hiervoor krijgt hij 20 seconden. De afstand voor het terugsturen is maximaal 10 meter en er zijn wederom 15 punten te behalen.

3. Blijven liggen

De hond moet op het bevel van zijn geleider, na het teken van de aanwezige keurmeester, binnen 5 seconden liggen op een zichtbare plek op maximaal 50 meter vanaf de geleider. Deze houding moet 2 minuten aangehouden worden. Deze oefening is 10 punten waard.

4. Oproepen

Met een afstand van 35 meter tussen de geleider en zijn hond moet de hond opgeroepen worden en onderbrekingen begaan. Als de keurmeester het teken geeft, zal de geleider zijn hond roepen en deze zal naar de aangewezen plek komen. Enkel, binnen 4 meter van deze plek is het toegestaan voor de hond om plaats te nemen. Er zijn 35 punten te behalen.

5. Houdingen

Voor de houding valt 10 punten te behalen. Keurmeesters bepalen de plek van hond en geleider en welke houding aangenomen moet worden bij de start van de proef. Wanneer de beschouwende keurmeester het teken geeft, zal de hond verder nog 2 verschillende houdingen aan moeten nemen. Per houding mogen enkel 2 bevelen erbij gegeven worden. Voor de eerste houding zijn 2 punten te behalen, voor de laatste 2 beide 4.

6. Voorstellen van de hond

De geleider stelt zijn aangelijnde hond aan de keurmeesters voor en daarbij de tanden en lippen laten zien. Een keurmeester zal de hond over zijn rug aaien, terwijl de geleider zijn hond vasthoudt. Voor deze oefeningen zijn 5 punten te behalen.

7. Terugbrengen van een voorwerp

De geleider kiest een voorwerp en gooit het in het blikveld van de hond. De hond zal het voorwerp zoeken en binnen een vastgestelde tijdsduur terugbrengen zodra de keurmeester een teken heeft gegeven. De geleider mag één keer een bevel geven als de hond zich binnen één meter van hem bevindt. Voor het afgeven van het voorwerp mag ook één bevel gegeven worden. Er zijn 15 punten te behalen.

GP 1

Ook GP 1 bestaat uit zeven oefeningen, waarbij de oefeningen zijn dan bij het DP. In dezelfde volgorde worden de oefeningen afgenomen onder toezicht van één of meerdere keurmeesters. In de GP 1 zitten verschillen met het DP door bijvoorbeeld kortere afstanden of kortere tijdsduren. Ook worden voor meerdere foutieve handelingen punten afgetrokken dan bij het DP.
Bij het terugsturen is de afstand maximaal 20 meter en niet 10. Bij het terugbrengen van een voorwerp wordt de plek van het voorwerp door een keurmeester bepaald, waarbij hindernissen betrokken kunnen zijn, terwijl bij het DP de geleider zelf de plek van het voorwerp bepaalt tussen de 5 en 10 meter afstand met een vrije ingang voor de hond.
Ook bij de GP 1 zijn er in totaal 120 punten te behalen.

Hondenscholen waar je Gehoorzaamheid kan beoefenen

© 2020 Honden.be Alle rechten voorbehouden.