Wie de tragisch aandoenlijke kop van een boxer ziet, smelt. De boxer heeft met die droeve uitdrukking menig hart veroverd.

Hij behoort tot de doggen en hij is een gedrongen maar toch zeer elegante hond. Hij staat bekend om zijn échte hondentrouw. Als een boxer enthousiast kwispelt, kwispelt zijn hele lijf. Wel is hij door zijn enthousiasme soms wat onstuimig en hij begrijpt niet waarom je boos wordt als hij iets omver loopt. Het is een echte gezelschapshond die gek is op kinderen. Hij is daarentegen soms dominant naar andere honden en als dat het geval is, gaat hij vanuit het karakter van zijn voorouders een gevecht niet uit de weg. Een boxer bruist van de energie en wil altijd rennen en spelen. Hij is erg sterk, heeft een krachtige beet door zijn sterke kaken en hij wil graag verdedigen. Bij professionals kom je hem tegen bij de politie voor het pakwerk en bij militaire terreinen voor verdediging. De boxer wordt ingezet bij opsporing en reddingswerk en het is een uitstekende zwemmer.

Enige nadeel, hij kan kwijlen. Dit hangt van zijn opvoeding af, maar sowieso met drinken leg je liever een flinke dweil neer.

Eigenschappen

Grootte: 53 – 63 cm
Gewicht: 25 – 32 kg

Rasclubs
België

Koninklijke Belgische Boxer Club

Nederland

Nederlandse Boxer Club

Geschiedenis

Relatief gezien is de boxer een erg jong hondenras. Het ras zoals we dat nu kennen is laat 19e eeuw ontstaan in Brabant. Echter de voorouder van de boxer is de molosser die al ver voor de jaartelling bestond. De naam dankt de molosser aan koning Molossus. Uit het oude Babylon zijn spijkergeschriften gevonden waar hondenrassen als de molosser al beschreven werden. De Romeinen zetten de uit Griekenland afkomstige hond in als vechthond in hun legers. Aan de zware honden had de tegenstander een stevige dobber. Om te zorgen dat de vijand de hond niet goed kon beetpakken werden de oren en de staart gecoupeerd.

Na de Romeinse oorlogen werden de kolossen gebruikt als bewakingshonden en voor het jagen op gevaarlijk wild zoals zwijnen en beren. Als volksvermaak werd de molosser ingezet om met stieren of bullen te vechten. Men geloofde dat de te slachten dieren hierdoor lekkerder zouden smaken. De molosser kreeg daarom de naam, bullebijter. Het ras evolueerde, en er ontstonden de Cane Corso en Mastino Napoletano. Ook deze honden werden nog voor gevechten ingezet, maar dan met leeuwen in de antieke arena’s. Diverse rassen werden gekruist onder andere met de Engelse bulldog waaruit uiteindelijk de danziger en de Brabantse bullebijter werden gefokt.

Laat 19e eeuw ontstond de boxer uit dit het laatstgenoemde ras. In Duitsland richtte men de Duitse Boxerclub op die in 1905 de rastypische kenmerken vastlegde. Men is toen gaan fokken om een hond te krijgen die een goed uithoudingsvermogen had, die snel en wendbaar was en die zowel kon aanvallen als verdedigen. De boxer is een hond die in de tweede rasgroep valt van: molossers, berg- en sennenhonden, schnauzers en pinschers. Hij wordt gecategoriseerd in de sectie berghonden en molossers, in de subsectie van de mastiffs.

Waar de naam boxer vandaan komt, kunnen we alleen maar gokken, het is niet vastgelegd. Men vermoedt dat de naam gegeven is naar aanleiding van hoe de honden doen met hun voorpoten bij het spelen. Dat lijkt een beetje op de bewegingen die boxers maken tijdens hun gevecht.

Uiterlijk

Een boxer is een bundel spieren in een glanzend glad hondenvel, behalve dan zijn snuit, die mag gerimpeld zijn. Het is een atletische hond die botten heeft die zwaar zijn. Zijn loop mag dansend zijn, hij hoort zeker niet te sloffen. De stand van de hond is recht op de voorpoten en de achterpoten mogen krachtig naar achteren gestrekt staan. De vacht van een boxer is kortharig en zelfs fijn te noemen. De reu kan tot zo’n 63 centimeter groeien met een gewicht van rond de 32 kilo. Een teefje blijft kleiner, ze wordt meest niet groter dan 60 centimeter en weegt dan ook niet meer dan 30 kilo. De staart is lang zonder afhangende haren.

De staarten mochten in België tot 2006 gecoupeerd worden tussen de 8 en 10 centimeter. In Nederland was er een verbod vanaf 2001 en in Duitsland al vanaf 1989. In sommige andere Europese landen is het nog wel toegestaan. Op keuringen in de drie genoemde landen worden gecoupeerde honden niet meer toegelaten. Is een hond nog wel gecoupeerd dan moet je óf een medische verklaring kunnen overleggen óf je moet over een geboortebewijs van voor 2006 beschikken.

De boxer heeft een zeer typerende kop. Het heeft een zwarte, brede neusdop, die iets schuin staat in een zwarte voorsnuit. Zijn bovenkaak is vaak nét iets korter dan zijn onderkaak waardoor hij iets een onderbijter is. Ondanks dat veel boxers droevige hangogen hebben waarbij je het roze van hun onderooglid ziet, is dit eigenlijk niet de bedoeling. Vaak kan dit komen doordat de lippen te zwaar zijn en daardoor als het ware aan de ogen hangen. De lippen van een boxer moeten verder netjes gesloten zijn en de tanden bedekken. Ze horen niet zoveel flappen te hebben dat de hond automatisch gaat kwijlen. De boxer heeft een zwart masker, dat wil zeggen zwart rond de ogen. Er mag wel een wit blesje tussen de ogen zitten. De oren moeten ruim afhangen en mogen sinds 2006 niet meer gecoupeerd zijn, met dezelfde regels en redenen zoals hiervoor is beschreven.

De boxer van tegenwoordig mag alle kleuren hebben, maar hij moet in feite zo’n egaal mogelijke kleur hebben, behalve bruin gestroomd. Dat wil zeggen dat de vacht bruin is met licht zichtbare zwarte dunne streepjes. De boxer mag daarentegen ook getijgerd zijn met duidelijke zwarte strepen. Hij mag wel de genoemde witte bles en een witte bef (vlek op de borst) en witte sokken hebben. Witte boxers mogen tegenwoordig ook, maar werden vroeger als ongewenste kleur afgemaakt.

 

Karakter

Zoals in de introductie al genoemd is een boxer een trouwe hond. Daarnaast wordt hem een heel rijtje positieve eigenschappen toegekend. Een boxer is een toegewijde, zelfverzekerde, speelse, vrolijke, intelligente, energieke, moedige en vriendelijke gezelschapshond. Een boxer heeft een meute nodig zoals in een gezin, deze hond alleen in een kennel opsluiten is geestelijke moord. Natuurlijk zijn alle honden van oorsprong groepsdieren, maar al zijn er hondenrassen die wel solistisch kunnen zijn, een boxer is dat niet. Hij ziet het gezin als de meute waar hij bij hoort en kan daar overduidelijk van genieten als het gezin aan het einde van de dag weer compleet is.

Een boxer is een zeer intelligente hond, ondanks dat dogachtigen het vooroordeel van lompe dommigheid hebben opgedaan, zie je aan zijn blik dat hij nadenkt en redeneert. Hij leert erg snel van jou en van zichzelf. Let op, als hij een onhebbelijkheid aanleert, is het lastig om dit weer af te leren. Omdat een boxer zo leergierig is, is het zeker leuk om met hem al naar puppytraining te gaan. Zo leert hij socialiseren met andere honden wat kan voorkomen dat in zijn latere leven het enigszins dominante gedrag naar boven komt. Daarnaast is het belangrijk dat een boxer goed onder appel staat, want van een trekkende boxer ga je het niet winnen. Een boxer heeft een zachtaardige maar zeer consequente leider nodig. Wat niet mag, mag dan ook nooit en wat wel mag, mag dan ook altijd.

Bewegingsnood

Zoals al genoemd, is de boxer een zeer energieke enthousiaste hond. Hij heeft veel beweging nodig en wíl ook graag bewegen. Als hij niet voldoende beweegt heeft de boxer snel de neiging te dik en vierkant te worden.

Behalve wandelen kun je aan sporten en spellen met je boxer denken. Zo is canicross (zie artikel elders op deze site) bij uitstek een geschikte sport voor de boxer. Bij canicross moet de boxer een hardloper rennend voortrekken. De spieren van de boxer zijn daar prima toe in staat. Daarentegen is een boxer geen type hond die langdurig uren kan draven. Ook erg leuk om de hond zijn energie te laten kwijtraken, is agility oftewel een behendigheidsparcours rennen met je hond. Goed voor de samenwerking. Dog frisbee en flyball zijn ook leuke sporten om samen met je hond te doen.

Gezondheid

De boxer heeft helaas niet de reputatie zeer oud te worden, 10 tot 12 jaar is een gemiddelde leeftijd. De honden schijnen overgevoelig te zijn voor kanker wat in de genen van het ras zou zitten. Ze hebben vaker hartproblemen (zoals aortastenose en cardiomyopathie) dan andere rassen. Andere vaak voorkomende ziekten zijn: spondylose, degeneratieve myelopathie en heupdysplasie. Van alle rassen zouden ze volgens een onderzoek op de zesde plaats staan met schildklierafwijkingen. Verder lopen ze vaak door hun zwaardere bouw en lompe speelsheid gescheurde kniebanden op.

Dit alles is zeer jammer, maar dat hoeft je er niet van te weerhouden die tien jaar lang te genieten van een geweldige huisvriend

 

Vachtverzorging

De boxer is een gladharige hond. Er zijn bij volwassen hondenrassen, drie vachtsoorten. Langharig, middellangharig en kortharig. Deze kortharen kunnen drie vachttypen hebben. We onderkennen de ruwharige vacht, de korte stokharige vacht en de gladharige vacht. De laatstgenoemde vacht heeft geen werkelijke ondervacht en heeft stevige korte dekharen. Honden die zo’n vachtsoort met dit vachttype hebben, zijn de Jack Russel-terrier, de dobermann en dus de boxer.

Een hond heeft lak aan zijn vacht. Er zijn maar weinig honden die hun vacht verzorgen in tegenstelling tot katten. Een hond zal bijten naar een vlo, misschien een pijnlijke braamtak uit zijn vacht bijten, hij zal zijn wonden likken en hij zal zijn genitaliën likken en that’s it. Een boxer zal nog minder doen, want veel vacht heeft een boxer niet.

Het schoonhouden van de vacht is voor een hond niet van levensbelang aangezien hij bijvoorbeeld zijn warmteregulatie, zoals transpireren niet via de huid doet. Toch is het belangrijk dat een vacht schoon is. Schone haren zijn makkelijker op te zetten wanneer het koud is en kunnen zodoende meer warmte vasthouden. Maar hondenvachten hebben over het algemeen de prettige eigenschap zelfreinigend te zijn. Laat je hond ‘s morgens door een modderplas lopen en ‘s middags is hij die zwarte laarsjes alweer kwijt, zonder dat het door hem of jou is schoongemaakt.

Een boxer is dan ook bijna onderhoudsvrij. Eens per veertien dagen borstelen met een rubber massagehandschoen is goed voor de doorbloeding van de huid. Borstel met de vleug mee. Als je hem daarna afneemt met een warmvochtige doek, dan glimt hij daarna als een spiegeltje. Maar borstel hem liever nog minder want met borstelen stimuleer je de haargroei en dus ook het sneller uitvallen van haren. Wassen hoef je de boxer niet. Omdat hij zo’n korte vacht heeft die nauwelijks vuil wordt, ruikt een boxer niet zoals honden met een langere vacht dat kunnen doen en is een wasbeurt overbodig.

Wel is het goed qua training je hond te borstelen en te wassen. Mocht het onverhoopt ooit nodig zijn in verband met een blessure, dan is hij het gewend. Het is goed om al vanaf pup af aan de hond eens mee te nemen onder een warmlauwe douche. Bij een boxer zal het geen probleem zijn omdat ze geen hekel aan water hebben. Ja, douchen krijgt een nieuwe dimensie als je met je hond doucht. Draag behalve het hoogstnoodzakelijke, stevig schoeisel dat uitglijden voorkomt en dat je voeten beschermt tegen de nagels van je hond. Het samen met de hond douchen maakt dat hij gewend raakt aan deze rare mensengewoonte, als baasje het doet, zal het wel goed zijn. Neem wat watervaste beloningen mee zoals een kauwstaafje van huid en laat de hond dit opeten onder de warmlauwe douchestraal. Later als hij het gewend is, hoef je uiteraard niet meer samen met hem onder de douche. Gebruik vanzelfsprekend voor de hond geen mensenshampoo.